Help, ik doe sportief!

donderdag 17 december 2015
sportief
Ik spotte de eerste putjes op mijn gave huid rondom mijn achterwerk en mijn strakke buik was inmiddels een klein buikje. Volgend jaar zou ik in ieder geval géén zwemband hoeven meenemen op vakantie. “Je wordt een vrouw,” zei mijn vriend liefkozend. Ik snauwde dat hij dat twee jaar geleden ook zei, dat dit gewoon vet was en dat ik aan het uitdijen was, niets vrouwelijks aan.

Na een reep Tony Chocolonely caramel zeezout in mijn mik te hebben geduwd was ik er écht klaar mee. Natuurlijk schreef ik vorige maand nog dat ik tevreden kan zijn met mijn lichaam en dat ik mijn eigen vergelijkingsmateriaal ben, maar ik wil graag een piepklein beetje mínder vergelijkingsmateriaal. Rondere billen, strakkere buik. Ik ben en blijf een vrouw inclusief bipolaire moodswings. Bovendien wil ik niet afvallen: ik wil gewoon strak, niet fluffy. Daarom pakte ik de nog ingepakte yogamatjes die ik een jaar gelegen kocht en trok het plastic er vanaf. Tijd om dat Victoria Secret lijf te ontdoen van dat laagje vet.

Blijkbaar maakte ik iets los in mijn vriend, want met opbeurende muziek begon hij me af te beulen. Na welgeteld twee minuten rare armbewegingen te maken jammerde ik dat ik nu al niet meer kon. Ik moest volhouden, schreeuwde hij als een ware fitnessguru. Daarna was het tijd voor opdrukken. Het zweet brak me uit. Als ik iets niet kan is het opdrukken. Mijn vriend wist niet hoe snel hij op het matje moest duiken en begon. “Ik kan dit niet,” lachte ik, terwijl ik als een zeehond op het droge over mijn yogamatje bewoog. Ik probeerde mezelf op te drukken, in plaats daarvan zakte ik door mijn tere kippenarmpjes. Gelukkig zat er inmiddels een flinke bumper om me op te vangen. Daar lag ik dan, plat op mijn voorgevel.

Toen ik krijste dat ik, met mijn motoriek, het écht niet kan, ging hij voor Plan B: hardlopen. Hij keek naar mijn roze pyjamabroekje en zei: “Ga je zo?” Nog ontdaan van mijn opdrukavontuur schudde ik mijn hoofd en wurmde ik me in mijn strakke Abercrombie & Fitch yogapants. Als je dan al gaat sporten, doe het dan in stijl. Echter is die yogapants, naast mijn Nike Free’s, het enige sportieve wat ik in mijn kast heb. Mijn telefoon, die aan mijn hand is vastgegroeid, moest ik dus thuis laten. De huissleutels waren het echte probleem, die kon ik moeilijk ook thuis laten. Ingenieus bevestigde ik een losse reservesleutel aan mijn veel-te-sexy-niet-sportbh. “Hardlopen,” dacht ik. “Dat kan ik wel. Kom maar op!”

Na een kwartier was ik uitgeteld, omdat ik veel te hard had gerend en hijgde harder dan Kim Holland op een geile goede middag. “Ik. Kan. Niet. Meer,” jammerde ik opnieuw. “KOM OP BIRGIT, HARDER RENNEN,” hoorde ik mijn vriend, mijlen voor mij. Toen kwam hij met een nóg beter idee. Intervallen. Ik moest zo hard als ik kon sprinten naar een geel bord verderop. Hijgend als Lassie, inclusief tong uit mijn mond, sprintte ik naar het gele bord. Daarna kon ik aan de beademing. Ik weet niet hoe, maar uiteindelijk heb ik welgeteld drie kilometer hardgelopen.

Ik dacht altijd dat ik niet zweette van sporten. Ik dacht ook altijd dat ik nooit een rood hoofd kreeg. Blijkbaar heb ik me nog nooit ingespannen. Ik ben blij dat ik überhaupt dit stukje nog kan tikken, want iedere beweging die ik maak doet pijn. Maar ik blijf doorgaan tot ik sexy en strak over een bountystrand in Thailand kan baywatchen zónder klotsend vet.

Nu hoor ik je denken: “Is zij er nu ook zo een? Gaat ze nu Instagramfoto’s posten van haar progressie en de lekkerste quinoa-recepten delen?” Nee hoor, wees maar niet bang. Daarvoor houd ik nog veel te veel van mijn bakje chips en mijn reep Tony Chocolonely caramel zeezout. Tegen de tijd dat ik een Victoria Secret lichaam heb laat ik het jullie nog wel weten. Ik sport in ieder geval nog even door.