Boudewijn Büch: Het geheim van Eberwein

Dood en pijn zijn de trefwoorden in mijn leven en dat van Onkel Jobab geweest. Het spijt mij dat ik dat aan jou heb moeten overdragen. Het is nooit bewust mijn bedoeling geweest, maar ook ik had de geschiedenis niet in de hand. Probeer die dood en die pijn echter van je af te schudden.  – Uit Boudewijn Büch: De kleine blonde dood.

Ergens in het begin van mijn middelbare schoolcarrière was het boek De kleine blonde dood verplichte kost. Eerst moesten we het boek lezen en daarna gingen we de film kijken. Volgens mij was ik één van de weinige die daadwerkelijk het boek had gelezen en het ook nog fantastisch vond. Toen we ook daarna de film (mét Antoni Kamerling, ik was fan) gingen kijken besloot de veertienjarige-ik dat dit mijn nieuwe lievelingsboek moest zijn, dus ik las het nog een keer. En een paar jaar later nog een keer. Ik heb zelfs ooit bij een auditie een tekst uit het boek gebruikt.

Ondertussen was de De kleine blonde dood een beetje in de vergetelheid geraakt, totdat ik rondliep bij de IJhallen en op een kraampje een stapeltje boeken zag liggen. En daar, tussen alle Saskia Noorts, Suzanne Vermeers en Ester Verhoefs, lag een boek, met een keurige beige kaft,  dat mijn aandacht trok: Het geheim van Eberwein van Boudewijn Büch. Naast De kleine blonde dood had ik niets van Büch gelezen, maar zijn schrijfstijl was aangenaam, dus misschien beviel dit ook wel. Nietsvermoedend pakte ik het boek op en las de binnenflap.

“In 1985 verscheen Boudewijn Büchs roman De kleine blonde dood, een boek dat herdruk op herdruk haalde. Het geheim van Eberwein is daarop het langverwachte vervolg.”

Een vervolg?! Mijn hart begon sneller te kloppen…

“De roman pakt de draad op van het geknakte leven van de vader uit De kleine blonde dood en beschrijft het wedervaren van de jongen zonder identiteit: een schrijnend verhaal van mislukking, onverwerkt verdriet en een desastreuze vaderbinding.”

Ik twijfelde geen moment en klapte het boek dicht. Ik vroeg wat het boek moest kosten en de verkoper wees mij op een vrolijk gekleurd vel papier: Alle boeken 1 euro.” Ik overhandigde de verkoper verbaasd zijn euro en stopte het boek in mijn tas. Eenmaal thuis gekomen zette ik al mijn nieuwe pareltjes in de boekenkast behalve Het geheim van Eberwein. Ik was zo nieuwsgierig. Ik wilde alle donkere en duistere geheimen weten van de labiele, driftige Vati en nóg meer lezen over Boudewijn. Het boek was dan ook in één zucht uitgelezen.

De hoofdpersoon van het boek heet Boudewijn, net als die van de auteur. Wat volgens het boek puur toeval is. Toch is het moeilijk de hoofdfiguur Boudewijn los te zien van Boudewijn Büch, zeker na wat research. Büch is namelijk net als de hoofdpersonage kennisfanaat, rusteloze reiziger, verwoed verzamelaar en liefhebber van de Stones, Duitsland en van zijn vader.

Na de traumatische jeugd, de zelfmoord van zijn vader en de dood van zijn zoontje Micky is het leven van Boudewijn flink getekend. Hij kan geen relaties – met man of vrouw – aangaan en beweegt zich rusteloos over de wereld, op zoek naar antwoorden op de vragen die zijn vader, Rainer, achterliet. Heen en weer springend door verschillende tijdsfragmenten vertelt Boudewijn over zijn relatie met zijn Vati. Op wie hij, ook naar eigen zeggen, in de loop der jaren steeds meer is gaan lijken: “Ik verbeterde iedereen en alles, had overal wat over op te merken, leed aan zwartgalligheid en zwaarmoedige aanvallen en had een sterke neiging tot eenkennigheid ontwikkeld.”

Het geheim van Eberwein gaat over extreme vaderliefde. Boudewijn hield zoveel van zijn vader, dat er voor moeder geen plaats meer is. Vader, een Duitser die behoorlijk getraumatiseerd geraakt in de Tweede Wereldoorlog, is een enorme kennisfanaat, boekenwurm en liefhebber van kunst en klassieke muziek. Vooral van de onbekende Duitse componist Eberwein, voor wie Goethe ooit een tekst schreef. Dat is dan ook de grote vraag in het leven van Boudewijn. Waarom was zijn vader aldoor maar bezig om een door Eberwein op muziek gezet toneelstukje – Das Jahrmarktsfest zu Plundersweilern – van Goethe voor piano te bewerken? Dat is hét geheim van Eberwein.

Het geheim van Eberwein geeft niet echt antwoord op alle vragen die De kleine blonde dood achterliet. Desondanks is het een prachtig boek. De diepe haat voor zijn moeder wordt ineens meer duidelijk, maar ook de ziekelijke vaderliefde wordt beter uitgelicht, vooral in de gesprekken met de psychiater. Ook het geheim dat Boudewijn najaagt spookt door ieder hoofdstuk, wat het boek spannend houdt. Misschien is het niet een direct vervolg op De kleine blonde dood, wat ik wel had verwacht, maar zeer zeker een aangrijpend, indrukwekkend boek

Je moet over heimwee niet zeuren en zaniken [zei mijn vader]. Heimwee is geheim.’`En toen ik heimwee had in Loon-op-Zand bent u mij toch op komen halen? Ik heb het toen verteld en u begreep het,’ zei ik. Ik vond mezelf pienter.`Dat is heel wat anders,’ antwoordde hij. Hij stond tussen een paar struiken. Vlinders dartelden rond zijn hoofd. De hemel boven hem trilde van de hitte. `Waar jij last van had, was kleine heimwee. Als je volwassen bent, komt het grote heimwee. En dat is heel verschrikkelijk. Daar kan je niet over praten, daar ga je aan kapot als je niet oppast. – Uit Boudewijn Büch: Het geheim van Eberwein.

Plaats een reactie